Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4159.

12. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat het verzoek tot het horen van de informanten een verzoek als bedoeld in art. 287, derde lid onder a Sv was, gedaan na een weigering in de zin van art. 264, eerste lid, Sv, welk laatste artikel zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, ook in ontnemingszaken van toepassing is (zie hierover HR 24 sept. 2002, LJN AE6122). Een dergelijk verzoek kan slechts worden afgewezen op de in art. 288, eerste lid, Sv vermelde gronden. Het Hof heeft het verzoek echter niet op één van de in art. 288 Sv genoemde gronden afgewezen maar op de grond dat de noodzaak van het verzochte niet is gebleken en heeft derhalve - zoals het middel terecht opmerkt - een onjuiste maatstaf aangelegd(1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc920f82fc968dcb99182b92b34ca7fa6d9b98bb456546df0720ab9c55981abc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc920f82fc968dcb99182b92b34ca7fa6d9b98bb456546df0720ab9c55981abc, en de alinea staat in dat document op bytes 13350 tot 14091.