Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4159.

Bij de afweging van belangen van enerzijds de steller van de anonieme brief, wiens verhoor de verdediging eveneens heeft verzocht, en de belangen die de verdediging, gelet op de inhoud van die brief heeft, is het hof van oordeel dat het belang van de steller om anoniem te blijven prevaleert, nu de verdediging voor het niet horen voldoende is gecompenseerd, waarbij het hof in aanmerking heeft genomen dat op 3 juli 1998 de getuige Van Schaijk uitgebreid is gehoord mede met betrekking tot de anonieme brief, waarbij de verdediging in de gelegenheid is geweest genoemde getuige vragen te stellen. Bovendien heeft de verdediging bij de behandeling in hoger beroep geen nieuwe gronden aangevoerd om de inhoud van de anonieme brief aan de orde te stellen. Op grond hiervan wijst het hof het verzoek van de verdediging af."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc920f82fc968dcb99182b92b34ca7fa6d9b98bb456546df0720ab9c55981abc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc920f82fc968dcb99182b92b34ca7fa6d9b98bb456546df0720ab9c55981abc, en de alinea staat in dat document op bytes 16533 tot 17366.