Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4159.

18. Ten overvloede merk ik op dat anders dan de steller van het middel veronderstelt, ingevolge art. 344, derde lid, Sv een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, wél een wettig bewijsmiddel is, dat echter, volgens datzelfde artikellid alleen kan medewerken tot het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, indien tenminste is voldaan aan de voorwaarden dat de bewijsbeslissing in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijs én van de kant van verdachte niet op enig moment in het geding de wens te kennen is gegeven om de in de aanhef van het artikel bedoelde persoon te ondervragen of te doen ondervragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc920f82fc968dcb99182b92b34ca7fa6d9b98bb456546df0720ab9c55981abc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc920f82fc968dcb99182b92b34ca7fa6d9b98bb456546df0720ab9c55981abc, en de alinea staat in dat document op bytes 17861 tot 18564.