Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4207.

4. Namens de hiervoor genoemde benadeelde partijen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft mr. D. Koningsbloem, advocaat te Utrecht, een middel van cassatie voorgesteld. Aan de bespreking van het in die schrifturen voorgestelde middel van cassatie kom ik niet toe. De vordering van de benadeelde partij kan namelijk alleen in het kader van een behandeling van de zaak op het cassatieberoep van de verdachte of het openbaar ministerie aan de orde komen. De benadeelde partij heeft geen zelfstandige bevoegdheid tot het instellen van cassatieberoep. Vgl. de discussie in het kader van de parlementaire behandeling van de Wet Terwee over de vraag of de benadeelde partij een eigen bevoegdheid zou moeten worden toegekend om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de strafrechter op haar vordering (TK 21 345, nr. 4, p. 9; nr. 5, p. 7 e.v.). Nu verdachte in zijn beroep niet kan worden ontvangen, moeten de namens de benadeelde partijen ingediende middelen buiten beschouwing blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95fd07d2bb97fa2b0db2346109c107ffa9a6e8a88af142862711eb99dc651613. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95fd07d2bb97fa2b0db2346109c107ffa9a6e8a88af142862711eb99dc651613, en de alinea staat in dat document op bytes 5282 tot 6282.