Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2003
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4255.
8. In een geval als het onderhavige, waarin de rechter heeft te beoordelen of aan de officier van justitie op de voet van art. 552p, tweede lid, Sv verlof kan worden verleend om voorwerpen die ingevolge een daartoe strekkend verzoek om rechtshulp zijn inbeslaggenomen ter beschikking van de autoriteiten in de verzoekende Staat te stellen, heeft, indien het rechtshulpverzoek op een verdrag is gegrond, als uitgangspunt te gelden dat aan het verzoek ingevolge art. 552k, eerste lid, Sv zoveel mogelijk gevolg dient te worden gegeven. Dat brengt mee dat van inwilliging van het rechtshulpverzoek slechts kan worden afgezien indien zich belemmeringen van wezenlijke aard voordoen die voortvloeien uit het toepasselijke verdrag of uit de wet, in het bijzonder art. 552l Sv, dan wel indien door de inwilliging van het rechtshulpverzoek wordt gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van Nederlands strafprocesrecht, vgl HR 19 maart 2002, LJN ZD2927 en HR 10 december 2002, griffienr 02173/01 B.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a62401841b4abcc35eea598b00b247365b0883a1b61920e3ae90f1c724b35d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a62401841b4abcc35eea598b00b247365b0883a1b61920e3ae90f1c724b35d, en de alinea staat in dat document op bytes 10723 tot 11733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7a62401841b4abcc35eea598b00b247365b0883a1b61920e3ae90f1c724b35d | shasum -a 256