Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4265.

11. Anders dan in dit middelonderdeel wordt gesteld is de curator dan ook niet te beschouwen als rechtsopvolger van degene die (als rechtstreeks gevolg van het feit) de schade heeft geleden. De curator treedt slechts op namens de benadeelde partij omdat deze dat niet zelf kan of mag doen. Een strafvorderlijke grondslag voor het optreden van de curator als benadeelde partij is, dunkt mij, te vinden in art. 51c Sv. Daar is bepaald dat degenen die vertegenwoordigd moeten worden teneinde in een burgerlijk geding in rechte te verschijnen, zodanige vertegenwoordiging evenzeer behoeven om zich als benadeelde partij in het strafproces te kunnen voegen. De curator - die op grond van art. 68 Faillissementswet is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel - is in dit opzicht te vergelijken met de ouders of voogd van een minderjarig slachtoffer. Ook dat minderjarig slachtoffer is niet zelfstandig bevoegd zich als benadeelde partij in een strafgeding te voegen, maar dient als zodanig vertegenwoordigd te worden door de ouders of de voogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d, en de alinea staat in dat document op bytes 15776 tot 16851.