Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4265.

13. Aan het voorgaande doet naar mijn oordeel voorts niet af dat faillissementscuratoren uit hoofde van hun taak beschikken over mogelijkheden om zich tot de civiele rechter te wenden teneinde goederen en gelden in de boedel terug te doen vloeien, zoals verzekeraars de middelen hebben om zich tot de civiele rechter te wenden om verhaal te zoeken voor de uitkeringen die zij hebben gedaan. Opmerking verdient dat de kosten die gemoeid zijn met een namens de boedel ingestelde procedure (waarvan de honorering van de curator zelf een niet onaanzienlijk deel zal vormen) ten laste van die boedel komen. Het daarin uiteindelijk resterend nadeel, voor zover het schade betreft die rechtstreeks door een strafbaar feit is veroorzaakt, kan groter worden door de noodzaak civiele procedures te voeren. Dat nadeel komt ten laste van de gezamenlijke schuldeisers. Ook in dit opzicht gaat de vergelijking met verzekeraars mank. In de beschikbaarheid van civiele rechtsmiddelen zie ik daarom geen aanleiding om de faillissementscurator, optredend als wettelijk vertegenwoordiger van de failliet, de mogelijkheid te ontzeggen een voldoende eenvoudig te beoordelen vordering met betrekking tot door strafbare feiten aan de boedel toegebrachte schade aan de strafrechter voor te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d, en de alinea staat in dat document op bytes 17313 tot 18600.