Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4265.
14. De omstandigheid, waarop in dit middelonderdeel wordt gewezen, dat er op de vorderingen van [A] B.V. een (geopenbaard) pandrecht van de Rabobank te Lisse rustte kan naar mijn mening geen beletsel zijn om de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen. De openbaarmaking van dat pandrecht brengt niet zonder meer mee dat de verpande vorderingen uit de boedel verdwijnen. Als pandhouder kan de bank zich in de eerste plaats wenden tot de schuldenaren van de failliete B.V., waaronder [B] B.V., maar dat laat onverlet dat zij zich, voor zover haar eigen vorderingen op de failliete vennootschap langs die weg niet kunnen worden geïnd, tot de failliete boedel wendt. Het is ook in het belang van de bank als pandhouder dat gelden die in de boedel thuishoren door de inspanningen van de curator daarin terugkeren, waaraan niet afdoet dat de pandhouder zich als separatist niets van de concurrente schuldeisers hoeft aan te trekken en voorrang krijgt boven die andere schuldeisers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d, en de alinea staat in dat document op bytes 18620 tot 19619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d | shasum -a 256