Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4265.

23. Bovendien zou ik menen dat de stelling dat door verzoeker in ontvangst genomen geld aan de vennootschap ten goede zou zijn gekomen niet ter zake kan zijn voor de gegrondheid van de vordering van de benadeelde partij. Het gaat immers niet aan om baten die in de boedel van de failliete vennootschap hadden moeten vloeien en aldaar verantwoord hadden moeten worden aan te wenden om vorderingen van schuldeisers buiten die boedel om te voldoen. De in deze grief bedoelde, in feitelijke aanleg betrokken, stelling kan niet wegnemen dat de desbetreffende gelden aan de boedel zijn onttrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8be6a051e973a3ef722f5c6a9dd2ab181c0fdf0d67f004ae257c8071ee9ca2d, en de alinea staat in dat document op bytes 23060 tot 23664.