Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4321.
6. Vooropgesteld moet worden dat indien vaststaat dat natuurlijke personen of rechtspersonen naar burgerlijk recht in de fase voorafgaand aan of tijdens het voorbereidende onderzoek onderzoekshandelingen hebben verricht met betrekking tot het feit waarvan de verdachte wordt verdacht, en daarbij onrechtmatig hebben gehandeld zonder dat opsporingsambtenaren of ambtenaren van het openbaar ministerie hiervan wetenschap of hiermee bemoeienis hebben gehad, niet-ontvankelijkverklaring als sanctie daarop niet in aanmerking komt. Het is echter niet uitgesloten dat onrechtmatig optreden van natuurlijke of rechtspersonen als hiervoor bedoeld onder omstandigheden zodanige schending van beginselen van behoorlijke procesorde of veronachtzaming van de rechten van de verdediging in de strafzaak tot gevolg heeft dat dit dient te leiden tot uitsluiting van bewijsmateriaal dat tengevolge van dat onrechtmatige handelen is verkregen (HR 1 juni 1999, AA 49 (2000) 2, p. 117 e.v., m.nt. Y. Buruma, en recent nog HR 14 januari 2003, LJN AE9038).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5, en de alinea staat in dat document op bytes 9415 tot 10463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5 | shasum -a 256