Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4321.
7. Het middel berust dus op een onjuiste rechtsopvatting voor zover het ervan uitgaat dat indien de werkgever van verzoeker onrechtmatig heeft gehandeld door verzoeker te (laten) observeren of door de wijze waarop dit is geschied, dit tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zou leiden. In dit verband lijkt mij de betrokkenheid van de 'bijklussende' politieagent bij het onderzoek door het detectivebureau niet relevant, nu deze niet handelde in zijn hoedanigheid van opsporingsambtenaar en voorts is vastgesteld dat de politie niet eerder dan op het moment van aangifte van de wijze van onderzoek op de hoogte is gekomen. 's Hofs oordeel dat zijn privé-daden het openbaar ministerie (en de politie) niet kunnen worden aangerekend voor wat betreft de vervolging van deze zaak, is m.i. dus juist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5, en de alinea staat in dat document op bytes 10483 tot 11308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5 | shasum -a 256