Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4321.
8. Met zijn oordeel dat de werkgever bevoegd was tot het (laten) observeren van verzoeker heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de onderwerpelijke handelingen niet onder enige strafrechtelijke bepaling vallen. Dit oordeel is juist. De gewraakte opnamen zijn gemaakt vanaf de openbare weg en dus niet in een van de door artikel 139f Sr genoemde ruimtes. Van enige onrechtmatigheid in strafrechtelijke zin is dus geen sprake. In zoverre faalt het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5, en de alinea staat in dat document op bytes 11328 tot 11799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5 | shasum -a 256