Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4321.

11. Opmerking verdient dat het redresseren van onrechtmatig optreden van particuliere opspoorders waarvoor geen rechtvaardigingsgrond bestaat (zie M. Kremer, Onrechtmatig verkregen bewijs in civiele zaken, diss. Groningen 1999, p. 129 e.v.) in eerste instantie een zaak van de benadeelde partij is, aan wie hiertoe de bevoegdheden tot aangifte (indien van een strafbaar feit sprake is), tot het doen van een klacht (die tot beboeting of het intrekken van een beveiligingsvergunning zou kunnen leiden), of het indienen van een civiele schadeclaim ten dienste staan. De omstandigheid dat een politieagent (in strijd met de regels) in de concrete zaak 'bijkluste' kan daarbij een factor van belang zijn. Overigens is het niet zo dat de Staat geen enkele rol heeft bij het bevorderen van de eerbiediging van de privacy door particuliere opspoorders, zeker niet indien in ogenschouw wordt genomen dat de particuliere sector op dit punt de overheidssector kwantitatief kan overvleugelen. De bevordering van die eerbiediging valt echter niet aanstonds door het uitsluiten van bewijs tegen iemand die voor een strafbaar feit wordt vervolgd te verwachten, terwijl het argument van de handhaving van de 'rule of law' evenmin aanstonds in het vizier komt, zolang de particuliere sector voor een concrete strafzaak door de Hermandad niet als haar verlengde arm is ingeschakeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef7388f78bb5232d603343e119e469328750bf1dcb1898163a1a30657b0924c5, en de alinea staat in dat document op bytes 12890 tot 14269.