Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4333.

6.1. Het vierde middel stelt dat de bewezenverklaring van feit 2 ontoereikend is gemotiveerd gelet op hetgeen de verdediging ter terechtzitting had aangevoerd. In hoger beroep is aangevoerd dat bij [betrokkene 1] geen reële vrees kon zijn opgewekt voor zware mishandeling of brandstichting nu [betrokkene 1] en verdachte elkaar al zolang kenden en nu [betrokkene 1] zou hebben geweten dat verdachte leed aan manische depressiviteit. De steller van het middel betoogt dat het hof nader had moeten motiveren waarom het de bedreiging toch bewezen achtte. Het hof zou niet hebben mogen voorbijgaan aan de inhoud van het rapport van de Rijksrecherche en aan de inhoud van de notulen van de vergadering van 4 november 1997 in het gemeentehuis te Nijmegen, waaruit de steller van het middel uitvoerig citeert. De eigen verklaring van verdachte die voor het bewijs is gebruikt laat volgens de steller van het middel niet de conclusie toe dat de wil van verdachte gericht was op het teweegbrengen van de indruk dat zware mishandeling en/of brandstichting zou volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb2e77e32121111b48fc161f94ebbe820d3db01d97e286fc7d895819bc66ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb2e77e32121111b48fc161f94ebbe820d3db01d97e286fc7d895819bc66ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 19916 tot 20987.