Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4333.

De steller van het middel voert ook nog aan dat uit de aangehaalde passages geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat [betrokkene 1] niet op vrijwillige basis aangifte heeft gedaan van de bedreiging en dat bij hem evenmin een redelijke vrees is kunnen ontstaan door de uitlatingen van verdachte, getuige het feit dat [betrokkene 1] zich zou hebben afgevraagd inhoeverre verdachte in zijn fantasie de zaken zo beleeft dat het zijn werkelijkheid wordt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb2e77e32121111b48fc161f94ebbe820d3db01d97e286fc7d895819bc66ee0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb2e77e32121111b48fc161f94ebbe820d3db01d97e286fc7d895819bc66ee0, en de alinea staat in dat document op bytes 20995 tot 21467.