Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4593.
2.9 Zouden wij echter de door de schriftelijke toelichting van [verweerster] voorgestane uitleg van 's hofs overweging volgen, dan was een andere door het onderdeel aangedragen klacht gegrond. Dit is de klacht dat het hof ten onrechte aan [eiseres] geen tegenbewijs heeft opgedragen met betrekking tot de door het hof dan kennelijk voorshands bewezen geachte inbreuk die door de samenwerking tussen [eiseres] en Intra-Profiel werd gemaakt op het boetebeding. Zoals gezegd heeft [eiseres] immers tot driemaal toe betoogd dat die samenwerking pas op gang kwam na het verstrijken van de periode waarvoor het boetebeding gold. [Verweerster] heeft nog aangevoerd dat het hof deze stelling "klaarblijkelijk niet van belang heeft geacht". Maar juist in haar eigen uitleg van de desbetreffende overweging ligt dit belang zozeer voor de hand, dat het hof dan toch ten minste tot nadere motivering was gehouden, waarmee het in gebreke is gebleven. Kortom: ik acht onderdeel I gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8789d953e4d5f02a13d2e47b2df1e04b4099f4b66d7554ad080bc6fd95706c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8789d953e4d5f02a13d2e47b2df1e04b4099f4b66d7554ad080bc6fd95706c6, en de alinea staat in dat document op bytes 18875 tot 19862.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8789d953e4d5f02a13d2e47b2df1e04b4099f4b66d7554ad080bc6fd95706c6 | shasum -a 256