Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
Hetzelfde geldt, zoals bepaald voor de hand ligt, voor alle constructies waarbij de vennootschap zelf de middelen voor de kapitaalstorting - direct of indirect, en geheel of gedeeltelijk - verschaft. In het (in alinea 11 hiervóór aangehaalde) arrest van 24 maart 2000 was een voorbeeld van zo'n constructie aan de orde. Het lijkt mij aannemelijk dat de beslissing die in die zaak werd gegeven, ook moet volgen in andere gevallen waarin het uiteindelijk de vennootschap zelf is(21), die de kapitaalstorting (direct of indirect, en geheel of voor een relevant deel) heeft gefinancierd. Er heeft zich dan eenvoudig niet datgene voorgedaan, wat de wetgever met de (minimum)stortingsplicht beoogd heeft: een reële toename van de voor de vennootschap (vrij) beschikbare middelen, onder de titel van kapitaal. Geld of goed dat onder die titel aan de vennootschap is verstrekt, is in zo'n geval onder een andere maar connexe titel weer aan de vennootschap onttrokken, en per saldo zijn er dus (in zoverre) geen aanwendbare middelen aan de vennootschap toegevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 16826 tot 17897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256