Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
14) Ik zou menen dat de hiervóór omschreven vereisten - om het op mijn beurt "huiselijk" te zeggen: een storting van het minimumkapitaal moet, om als zodanig te kunnen gelden, reëel en onbezwaard aan de vennootschap ter beschikking zijn gesteld, en de daarvoor aangewende middelen mogen niet (direct, indirect, geheel of gedeeltelijk) voor rekening van de vennootschap zelf zijn gekomen - besloten liggen in het begrip "storting op een aandeel" zoals dat o.a. in art. 2:180 lid 2 en art. 2:191a BW bedoeld is. Anders gezegd: een betaling aan een vennootschap is niet de door de wet hier bedoelde kapitaalstorting, als het betreffende goed onder een of meer van de zojuist aangeduide modaliteiten beschikbaar wordt gesteld. Men stelt dan aan de vennootschap iets beschikbaar dat niet beantwoordt aan wat de wet heeft beoogd bij de regeling van (de volstorting van) het (aandelen)kapitaal van vennootschappen op aandelen(22).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 17935 tot 18874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256