Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
18) Ik meen dat dit geval in materieel opzicht, maar ook rechtens, op één lijn mag worden gesteld met het geval dat in HR 24 maart 2000 werd beoordeeld: dáár ging het om een kapitaalstorting die ten laste van (de kredietfaciliteit verbonden aan) een (andere) bankrekening van de vennootschap was gedaan, en die door bekrachtiging van de betreffende debitering (na de oprichting van de vennootschap) daadwerkelijk voor haar rekening was gekomen. Hier is het geld niet van de ene rekening naar de andere overgemaakt, en is er niet ten laste van een kredietfaciliteit maar ten laste van een positief banksaldo "betaald"; maar noch het een noch het ander maakt naar mijn oordeel wezenlijk verschil. Per saldo - en na de bekrachtiging door de vennootschap - is de kapitaalstorting bekostigd met geld dat ten laste van de bankrekening van de vennootschap is gekomen, zonder dat de aandeelhouder de vennootschap de betreffende middelen (uit "externe" bronnen) heeft verstrekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 22512 tot 23499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256