Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
- Voor de transactie die het hof zich in rov. 4.6.3. voorstelt geldt, mutatis mutandis, hetzelfde: als [verweerder] ten laste van de rekening van de B.V. i.o. een bedrag van f 40.000, - aan zichzelf ten goede zou hebben laten komen en daarmee een betaling ter storting op aandelen zou hebben gedaan, zou nog eens te duidelijker zijn gedemonstreerd dat de aandelen (via een later door de B.V. bekrachtigde onttrekking) met middelen van de bankrekening van de B.V. (i.o.) waren volgestort. Wat mij betreft doet daarbij niet ter zake onder welke titel [verweerder] het geld zou hebben opgenomen: lening, betaling voor geleverde diensten, (voorschot op) winstuitkering, etc. In ieder denkbaar geval betreft het een (later door de B.V. te bekrachtigen) beschikking over middelen van de B.V. (i.o.) waardoor de storting mogelijk wordt gemaakt; en stortingen die men zo in het vat giet mogen, in de door mij hiervóór verdedigde leer, niet als geldige storting worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 25743 tot 26729.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256