Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.

18 Overigens lijkt het mij onverschillig op welke manier de aandeelhouder de inbreng of storting heeft bewerkstelligd - of dat door opneming van krediet (elders), door betaling door een derde, of door nog andere "wettige middelen" is gebeurd, doet niet ter zake (met dien verstande dat een lening niet door zekerheid van de vennootschap mag worden versterkt, art. 2:207c BW; men kan zich in dit verband afvragen of voor een eventuele lening ter financiering van volstorting, de volgestorte aandelen als onderpand mogen strekken. Ik ben geneigd te denken dat dat wel mag). Het enige wat van belang is, is dat het vermogen in kwestie zonder bijkomende lasten of beperkingen, ter vrije beschikking van de vennootschap (gekomen) moet zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 36400 tot 37148.