Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
19 Ik bedoel daarmee het verschijnsel dat de vennootschap als kapitaal gestort geld onmiddellijk na de storting (en naar men in het algemeen natuurlijk mag veronderstellen: op grond van een daarvóór al genomen besluit of daartoe gemaakte afspraak) ten titel van lening of andersoortig krediet weer afstaat aan degene die het stortte. Het netto effect is dan, dat het als kapitaal bestemde vermogensbestanddeel niet effectief aan de vennootschap ter beschikking komt, maar dat de tevoren bestaande verplichting van de aandeelhouder tot storting wordt vervangen door een daar in materieel opzicht (meestal) niet van te onderscheiden verplichting om het op krediet verstrekte geld (terug) te betalen - een sigaar uit de doos van de ander misschien, maar dan wel een die, als alles zijn beslag heeft gekregen, gewoon weer in de oorspronkelijke doos blijkt te zijn teruggelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 37156 tot 38044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256