Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
Bovendien geldt bij deze constructie dat de als storting verstrekte middelen niet zonder bezwarende beperkingen worden verstrekt: de gekozen constructie kan immers nauwelijks anders worden begrepen, dan dat al tevoren was besloten/afgesproken dat het te storten geld weer "teruggeleend" zou (moeten) worden, en dat de vennootschap dus niets "wijzer" zou achterblijven dan zij vóór de betreffende transactie(s) was. Het laatste bezwaar is ook dan aan de orde, als de "teruglening" plaatsvindt op zakelijke en marktconforme condities: ook dan kan niet gezegd worden dat aan de vennootschap een onbezwaarde kapitaalstorting heeft plaatsgehad. Daarom ben ik het oneens met Asser-Maeijer 2-III, 2000, nr. 101, en met Sanders-Westbroek c.s., BV en NV, 1998, p. 53, die leren dat in het laatste geval er in het algemeen wel een geldige kapitaalstorting zou zijn; zie ook Schutte-Veenstra, TvI 1995, p. 127. Groffen, JOR 2003, p. 6, Slagter c.s., Compendium van het Ondernemingsrecht, 1996, p. 140 en p. 157, en Buijn, De oprichting van de NV en de BV, 1984, p. 173, beoordelen een dergelijke constructie als onvoldoende om geldige storting op te leveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 38052 tot 39214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256