Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.
23 Memorie van Toelichting bij wetsontwerp 15 304, p. 19; zie ook Rechtspersonen (losbl.), Dortmond, p. 203a - 6 (zo ook Dortmond, Enige beschouwingen rondom aandelen, 1989, p. 8) en Slagter c.s., Compendium van het Ondernemingsrecht, 1996, p.159. Schutte-Veenstra, TvI 1995 p. 127, stelt dat de bankverklaring "het dwingend bewijs vormt dat op geldige wijze op de aandelen is gestort", maar ik kan niet (in)zien waar deze stelling op berust.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 41533 tot 41988.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046 | shasum -a 256