Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4595.

25 Dat de B.V. alle in de "in-oprichtingsfase" gedane transacties inderdaad heeft bekrachtigd, blijkt uit de in alinea 1 hiervóór besproken akte van 25 mei 1992; zie ook het daar in voetnoot 8 opgemerkte. Zowel de curator als [verweerder] hebben steeds tot uitgangspunt genomen dat de vennootschap alle namens haar in de oprichtingsfase gedane zeken heeft bekrachtigd (en geen uitzondering gemaakt voor de gesties met betrekking tot het banksaldo waarom het in deze zaak gaat). Ik meen daarom dat dit gegeven (ook) in cassatie - desnoods: veronderstellenderwijs - als uitgangspunt mag gelden. Ook in de schriftelijke toelichting namens [verweerder] - bijvoorbeeld in alinea 2.3 - wordt daar trouwens van uit gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e37b7ef2486fc97912ba88e24e26c1c6101eb6cdcc91c9cd015090857bd0046, en de alinea staat in dat document op bytes 42137 tot 42868.