Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.
1.3 Tegen deze achtergrond heeft de Rabobank Den Haag bij dagvaarding van 4 november 1996 het onderhavige geding aanhangig gemaakt en gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van f 28.717,09, vermeerderd met rente en kosten. De Rabobank Den Haag heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [eiser] in strijd met de overeenkomst van achterstelling en cessie van 27 februari 1990 en zonder haar toestemming in december 1991 onder meer integrale terugbetaling van de geldlening van f 55.000,00 heeft ontvangen. [eiser] is daarmee, aldus de Rabobank Den Haag, toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van achterstelling; althans heeft hij onrechtmatig jegens de Rabobank Den Haag gehandeld door in strijd met die overeenkomst integrale terugbetaling van de door hem aan de vennootschap verstrekte geldlening te aanvaarden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 10447 tot 11363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606 | shasum -a 256