Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.

2.2 Het incidentele cassatieberoep omvat twee middelen, waarvan het eerste in vier onderdelen is verdeeld. Het eerste middel is gericht tegen het oordeel van het hof dat, kort gezegd, uit de "Fusieakte" niet kan worden afgeleid dat de vordering van de Rabobank Rijswijk op [eiser] wegens de beweerde schending van de overeenkomst van achterstelling en cessie aan de Rabobank Den Haag is overgedragen. Alvorens de afzonderlijke onderdelen te behandelen zal ik enkele algemene opmerkingen over de cessie van vorderingen en het bepaaldheidsvereiste van art. 3:84 lid 2 BW maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 19013 tot 19601.