Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.
"4.3. Bij het vorenstaande verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat een overeenkomst ook gevolgen heeft voor anderen dan partijen, niet rechtvaardigt een andere maatstaf toe te passen dan de hier bedoelde (Haviltex, LK), uiteraard met dien verstande dat met de rechten van derden rekening dient te worden gehouden op de voet van art. 3:36 BW. Laatstgenoemde bepaling speelt in dit geding echter geen rol. Ook de omstandigheid dat een overeenkomst de titel vormt voor de vestiging van een - tegen derden in te roepen - pandrecht, rechtvaardigt op zichzelf niet een andere maatstaf toe te passen. Daarbij is van belang dat met betrekking tot de hier aan de orde zijnde vraag - voor welke vordering wordt pand gegeven - de wet niet meer eisen stelt dan dat deze vordering voldoende bepaalbaar is (art. 3:231 lid 2). Indien de verpanding bij akte heeft plaatsgevonden en de vordering in de akte niet nauwkeurig is omschreven, zal voor die bepaalbaarheid dan ook veelal te rade moeten worden gegaan bij de contractuele verhouding tussen pandgever en pandhouder. Daargelaten de eisen die (overigens) aan de inhoud van een pandakte moeten worden gesteld - vgl. HR 29 juni 2001, nr. C99/296, NJ 2001, 662 - is er geen reden om bij de uitleg van die verhouding wat dit betreft een andere maatstaf toe te passen dan de gebruikelijke."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 26708 tot 28055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606 | shasum -a 256