Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.
Voor zover het hof met zijn overweging dat (slechts) van belang is hetgeen uit de akte zelf blijkt, het oog heeft gehad op wat de belangen van [eiser] als derde vorderen, is zijn oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Het is voor [eiser] als schuldenaar uiteraard van belang te weten aan wie hij bevrijdend kan betalen, opdat hij niet voor een tweede maal tot betaling van dezelfde schuld wordt aangesproken(23). Indien echter daarover onduidelijkheid bestond, had [eiser] de betaling van zijn schuld op de voet van art. 6:37 BW kunnen opschorten. Overigens heeft [eiser] het onder de borgstelling gevorderde bedrag aan de Rabobank Den Haag voldaan, weliswaar onder protest, maar zonder dat van enig voorbehoud ten aanzien van de vraag of de Rabobank Den Haag in plaats van de Rabobank Rijswijk als rechthebbende kon gelden, is gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 33697 tot 34576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606 | shasum -a 256