Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.
2.11 Het tweede incidentele middel richt zich tegen de proceskostenveroordeling. Het hof heeft, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, de proceskosten gecompenseerd, nu het zowel de bank als [eiser] gedeeltelijk in het ongelijk heeft gesteld. Het middel klaagt erover dat het hof daarmee heeft voorbijgezien aan art. 89 (oud) Rv(24), dat bepaalt dat de kosten die een gevolg zijn van het feit dat een partij niet in het geding is verschenen, ten laste van die partij komen, tenzij verstek was verleend op een dagvaarding die nietig wordt verklaard. Volgens HR 11 december 1970, NJ 1971, 112, gaat het hierbij uitsluitend om de kosten die door niet verschijnen zijn veroorzaakt, zoals de kosten van de verzetdagvaarding en de kosten van betekening van het verstekvonnis(25).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 35232 tot 36024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606 | shasum -a 256