Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.
3.1 In het principale cassatieberoep is één middel van cassatie voorgesteld. Het strekt ten betoge dat het hof ten onrechte niet heeft onderkend dat [eiser] de grondslag van zijn reconventionele vordering in hoger beroep met onverschuldigde betaling heeft uitgebreid(26). Dat [eiser] zijn reconventionele vordering in hoger beroep heeft verbreed, in die zin dat hij daaraan mede onverschuldigde betaling ten grondslag heeft gelegd, is ook door de Rabobank Den Haag onderkend. In haar memorie van antwoord heeft de Rabobank Den Haag onder 26 de bedoelde grondslag bestreden. Het principale cassatiemiddel is terecht voorgesteld: het hof heeft de uitbreiding van de grondslag van de reconventionele vordering van [eiser] ten onrechte onbesproken gelaten. Nu de Rabobank Den Haag het bestreden oordeel in zoverre noch heeft uitgelokt noch heeft verdedigd, dient de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie naar aanleiding van het principale cassatieberoep te worden gereserveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 36739 tot 37745.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606 | shasum -a 256