Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4602.

3.2 Nu ik ook het incidentele beroep voor gegrond houd, zullen vernietiging en verwijzing moeten volgen. Uitsluitend indien na verwijzing zou komen vast te staan dat de vorderingen van de Rabobank Rijswijk op [eiser] niet op de Rabobank Den Haag zijn overgegaan, komt de vordering van [eiser] op grond van onverschuldigde betaling alsnog voor behandeling in aanmerking. Deze vordering berust immers op de vooronderstelling, dat de vorderingen van de Rabobank Rijswijk op [eiser] bij haar zijn blijven rusten, zodat [eiser] zonder rechtsgrond aan de Rabobank Den Haag heeft betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07586a34077bef1fa6d8c7cee99d2e89f0bfd463e5c394c6d0ee1d251bc9606, en de alinea staat in dat document op bytes 37765 tot 38359.