Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

3.28 Het onderhavige geval kenmerkt zich hierdoor dat het gaat om een terugvordering waaraan een publiekrechtelijke intrekking krachtens art. 9 in samenhang met art. 11 In- en uitvoerwet en art. 118 leden 1 en 2 In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981(26) vooraf is gegaan. En wel in dier voege dat, naar ik met BEH zou willen aannemen (zie onder 2.3), eerst de weg der intrekking moet worden bewandeld alvorens langs civielrechtelijke weg kan worden teruggevorderd. Dat deze volgorde in acht moet worden genomen vloeit m.i. voort uit 1) de omstandigheid dat bij een andersluidende opvatting de bestuursrechtelijke rechtsbescherming in rook op zou gaan en 2) de zojuist genoemde bepalingen goede zin zouden missen.(27)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 40542 tot 41281.