Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.
3.33.1 Een redelijke en op de praktijk afgestemde consequentie van de onder 3.31.1 genoemde beslissing is dat in de vervolgens (wellicht binnen redelijke termijn) bij de burgerlijke rechter geëntameerde procedure strekkend tot verkrijging van een executoriale titel geen nieuwe verweren ter bestrijding van de verschuldigdheid van de terugbetaling kunnen worden opgeworpen. Dat geldt heel in het bijzonder voor verweren die door de bestuursrechter reeds zijn afgekaart.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 44617 tot 45100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea | shasum -a 256