Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

3.40 Gelet op de onder 3.15 genoemde rechtspraak lijkt het mij daarom niet toelaatbaar om op wankele basis en in strijd met rechspraak van de hoogste bestuursrechter te oordelen dat het in casu gaat om een vordering uit onverschuldigde betaling. Zeker nu een tegengestelde opvatting er, zoals BEH niet ten onrechte verdedigt, toe zou kunnen leiden dat de vordering is verjaard; zie onder 3.17.2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 47262 tot 47670.