Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.
3.41 In de s.t. dringt mr Bronkhorst nog aan dat in de hier verdedigde benadering niet duidelijk is wat de juridische basis van de vordering van het Productschap is. In dat verband schuift hij het gesloten stelsel van rechtsvorderingen naar voren (onder 19; dit betoog wordt bij repliek onder 5 nader uitgewerkt). Zijn betoog is alleszins begrijpelijk. Toch strandt het m.i., hoe zeer ook juist is dat niet zonder meer duidelijk is wat de juridische basis nauwkeurig is. Hoe dat zij voor louter door Nederlands recht beheerste vorderingen, in het licht van het al gememoreerde art. 10 EG-Verdrag kan niet worden aanvaard dat een terugbetaling die de zegen heeft van de bestuursrechter niet kan worden geëffectueerd. Daarvoor móet rechtens een basis worden gevonden of gecreëerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 47690 tot 48484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea | shasum -a 256