Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

3.42 BEH beroept zich voorts - begrijpelijkerwijs - nog op een arrest in de zaak Cornelissen/Groningen(32) (o.m. onderdeel 26). Daarin werd geoordeeld dat het beginsel van art. 6:203 BW in het gehele recht geldt.(33) Derhalve ook voor betalingen van publiekrechtelijke aard voor zover uit de wet niet het tegendeel voortvloeit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 48504 tot 48844.