Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

3.50 Deze brief is gehecht aan de cvd in reconventie als onderdeel van productie 1. Uit deze brief kan m.i. niet worden afgeleid hetgeen BEH daaruit destilleert. Immers staat er niet meer of anders dan dat de boter na aankomst in de DDR ter fine van koelopslag naar de BRD zou zijn vervoerd. Naar de eigen stellingen van BEH - waarvan het Hof kennelijk veronderstellenderwijs is uitgegaan - zou zulks geoorloofd zijn wanneer de boter uiteindelijk in het vrije verkeer van de DDR zou belanden. Daarom komt het - nog steeds veronderstellenderwijs uitgaande van de juistheid van het betoog van BEH - niet louter aan op de tijdelijke opslag in de BRD maar op de vraag of de boter nadien weer in de DDR is ingevoerd. Op dat punt heeft BEH, zoals hierboven reeds uiteengezet, niets (concreets) aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 51342 tot 52155.