Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.
3.56.2 Dit standpunt over uiteenlopende opvattingen lijkt enigszins op gespannen voet te staan met de parlementaire geschiedenis inzake de afschaffing van het (beruchte) verjaringswetje uit 1924(38). Daarin werd immers (impliciet) uitgegaan van (overeenkomstige) toepasselijkheid van titel 3.11 BW op publiekrechtelijke vorderingen van de overheid op burgers. De wet van 1924 wordt dan ook (tevens) ingetrokken om aan de uiteenlopende behandeling die uit een oogpunt van verjaring geldt voor de vordering tegen de overheid als bedoeld in de wet van 1924 "en de vorderingen op andere justitiabelen, waaronder ook vorderingen van de overheid op haar burgers" een einde te maken.(39)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 53890 tot 54583.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea | shasum -a 256