Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

2.2.2 Het Productschap heeft betoogd dat het een publiekrechtelijke bevoegdheid tot terugvordering heeft welke is gebaseerd op art. 8, eerste lid, Verordening (EEG) nr 729/70 van de Raad van 21 april 1970 (Pb EG 1970, L 94/13), art. 9 van de In- en uitvoerwet van 5 juni 1962 (Stb. 295) en art. 118 van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 50) en dat het zich ter verkrijging van een executoriale titel tot de Rechtbank moet wenden omdat BEH weigert gevolg te geven aan het intrekkings- en terugvorderingsbesluit. Het Productschap heeft geen (algemene of bijzondere) bevoegdheid tot het uitoefenen van bestuursdwang (cvr conv(3) onder 6). Subsidiair stelt het Productschap zich op het standpunt dat de bij besluit van 4 september 1996 ingetrokken restituties zonder rechtsgrond zijn betaald en door hem als onverschuldigd betaald kunnen worden teruggevorderd (art. 6:203 BW) (onder 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 8261 tot 9181.