Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

2.8.1 BEH stelt dat de brief van 23 juli 1992, waarop het Productschap zich beroept in het kader van verjaring, informatie betreft over het recht, niet over de feiten (cvd conv onder 10) en wijst erop dat nu het Productschap in de 1100-tonzaak een vordering heeft ingesteld daarmee blijk heeft gegeven dat er bij hem onvoldoende twijfel bestond om de instelling van een vordering achterwege te laten (onder 12). Bij pleidooi in prima benadrukt BEH dat de terugvordering is gestoeld op onverschuldigde betaling (pleitnotities in prima mr Bronkhorst onder 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 14509 tot 15079.