Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

2.21.1 Het Hof wijst het beroep op verjaring af. De termijn begint in elk geval niet te lopen voordat de schuldeiser in de gelegenheid is geweest zijn aanspraken geldend te maken. In casu is de termijn in ieder geval gaan lopen vanaf het moment waarop het Productschap naar objectieve maatstaven zich ervan bewust geweest moet zijn dat het tot terugvordering kon of diende over te gaan. Dat tijdstip is niet in oktober 1990 aangebroken. Toen werd immers enkel in het kader van het verzoek om vrijgave van de gestelde zekerheid voor 1100 ton gevraagd of BEH kon aantonen dat de boter in de DDR op de markt was gebracht, hetgeen BEH "altijd" is blijven stellen. Daarom is niet recht duidelijk hoe BEH het Productschap kan verwijten dat het al lang wist hoe de vork in de steel stak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 23030 tot 23823.