Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

3.13 Bij de bespreking van de resterende klachten - die de vordering in conventie raken - stel ik het volgende voor op. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat BEH de litigieuze boter na de opslag in de BRD niet (opnieuw) in de DDR in het vrije verkeer heeft gebracht. Anders gezegd: naar 's Hofs oordeel berust de anders luidende suggestie die in de stellingen van BEH besloten ligt niet op waarheid. Nog anders gezegd: BEH is niet te goeder trouw. In het licht van hetgeen onder 3.5 werd uiteengezet, is dat oordeel volkomen begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 32195 tot 32753.