Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4604.

3.19 Uit de rechtspraak van het HvJ kan worden opgemaakt dat - kort gezegd - in het kader van tenietgaan van een vordering wegens onverschuldigde betaling onder meer van belang kan zijn of de ontvanger te goeder trouw was.(15)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e67eafcba504636295d2e3e1738763e5c39c7a670d98c9dce4e81e5c88221bea, en de alinea staat in dat document op bytes 35325 tot 35564.