Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.
2.34 Middelonderdeel B.1 betoogt allereerst dat het hof hier heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting indien rechtsoverweging 4.5 aldus moet worden gelezen dat de door het hof in rechtsoverweging 4.4.3 onder a tot en met d genoemde omstandigheden ter beantwoording van de vraag of [eiser] door het onrechtmatig handelen van de provincie in zijn persoon is aangetast, afzonderlijk beoordeling behoeven terwijl de omstandigheden in onderling verband en samenhang behoren te worden beschouwd. Genoemde omstandigheden in onderling verband brengen juist mee dat [eiser] in zijn persoon is aangetast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 41105 tot 41724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f | shasum -a 256