Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.
2.36 Zoals het hof terecht heeft vooropgesteld, is onder het oude recht - vooruitlopend op art. 6:106 BW - het recht op vergoeding van immateriële schade erkend indien sprake was van aantasting van de persoon, welke aantasting gelegen kon zijn in een ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer(27) en het toebrengen van geestelijk letsel(28).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 42281 tot 42646.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f | shasum -a 256