Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.
2.37 Psychisch onbehagen behoeft niet zonder meer te gelden als "geestelijk letsel"(30). Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat uitsluitend psychisch of geestelijk letsel met een voldoende ernstig karakter grond kan opleveren voor de toewijzing van een vordering tot vergoeding van immateriële schade. Zo werd onvoldoende geacht dat men zich persoonlijk gekwetst voelde door een onrechtmatig handelen of een wanprestatie waardoor iemand in zijn vermogensrechten is aangetast(31). Ook was niet voldoende dat leed werd ondervonden doordat een voor de gelaedeerde belangrijk besluit niet was gemotiveerd(32), dat er spanningen waren en daaraan gerelateerde gezondheidsproblemen met verlies van waarde in de ogen van anderen(33) dan wel dat ergernis en "meer of minder sterk psychisch onbehagen" bestond(34).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 42974 tot 43800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f | shasum -a 256