Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.
Anders dan Lindenbergh meen ik dat de Hoge Raad hier niet heeft bedoeld in het vervolg een "royalere toetsing" in cassatie toe te staan van de vraag of er sprake is van "geestelijk letsel" dat kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon die recht geeft op vergoeding van immateriële schade. Dit laatste blijkt ook uit nadien gevolgde rechtspraak waarin de Hoge Raad de beantwoording van deze vraag (nog) steeds beschouwt als een onderzoek van feitelijke aard waarvoor in cassatie géén plaats is(41). Naar het oordeel van de Hoge Raad dient de feitenrechter bij zijn beoordeling acht te slaan op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, waarbij de rechter tevens zal hebben te beoordelen of tussen het onrechtmatig handelen en de gestelde schade het vereiste causaal verband bestaat(42).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 50108 tot 50930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f | shasum -a 256