Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.

Kennelijk en niet onbegrijpelijk is het hof in de rechtsoverwegingen 4.5 - 4.5.2 tot de slotsom gekomen dat [eiser] niet erin was geslaagd aannemelijk te maken dat hij zodanig onder het onrechtmatig handelen van de provincie heeft geleden dat er sprake is van geestelijk letsel dat grond geeft voor een vordering tot vergoeding van immateriële schade. Niettegenstaande het door [eiser] gestelde en door het hof zonder meer - voor waar - aangenomen feit dat [eiser] door het onrechtmatig handelen van de provincie levensvreugde heeft gederfd, heeft het hof geestelijk letsel niet aannemelijk geoordeeld. Dit met feitelijke waardering verweven oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechts-opvatting, is (mede) in het licht van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 53022 tot 53868.