Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.

[Eiser] heeft in deze dagvaarding uiteengezet dat van bedrog of arglist van de Provincie sprake is geweest. Dit bestaat volgens [eiser] uit het voorwendsel van de Provincie dat de hoofdingenieur-directeur van de provinciale waterstaat de tweede overeenkomst bij GS zou hebben bepleit, doch dat GS hieraan geen medewerking wilde verlenen. In het vonnis van de rechtbank van 19 december 1997 is evenwel door de rechtbank vastgesteld dat de Provincie bij pleidooi van 16 juni 1997 uitdrukkelijk heeft toegegeven dat de hoofdingenieur-directeur eigenmachtig heeft besloten om de tweede overeenkomst terzijde te stellen en alleen de eerste overeenkomst aan GS voor te leggen. Dit betekent - aldus nog steeds [eiser] - dat het door de Provincie reeds in aanvang van de procedure tussen partijen geuite voorwendsel, dat GS de tweede overeenkomst had afgewezen en bewust had gekozen voor de eerste overeenkomst, in strijd met de waarheid is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 13033 tot 13987.